![]() |
Lammert Voos
Van zware klei doortrokken poëzie op Het Tuinfeest
De Deventer dichter Lammert Voos debuteert op Het Tuinfeest met gedichten uit zijn succesvolle bundel ‘Klaai’.
door Agnes van Brussel
Hij woont al twintig jaar in Deventer, maar toch is zijn noordelijke tongval nog duidelijk herkenbaar. Langzaam sluipt er wat Sallands geluid in, mooi voor het dagelijks leven, maar bij zijn poëzie past de taal van zijn geboortegrond. Hij werd geboren in Eenrum, op het Groningse Hoge Land, waar “de klaai ons noar beneed’n trekt.” Die negatieve spiraal van het noordelijke arbeidersdorp zit in zijn genen. Zo sterk, dat hij verbaasd is over de positieve spiraal waar hij nu in zit. “Ik drink niet meer, ik heb een nieuwe liefde en mijn poëziebundel kreeg lovende recensies. Dit is een hele nieuwe ervaring.” Zijn beide dochters zijn trots, omdat hij niet alleen debuteert op het Tuinfeest, maar ook op Lowlands. “Mijn dochter Bente zette mijn bundel op haar literatuurlijst voor het eindexamen,” vertelt hij met zichtbaar genoegen. Het leven lacht hem toe, maar de kunst gedijt beter bij pijn en tegenslag. “Ik heb genoeg om uit te putten,”stelt hij gerust. “Een slechte jeugd is toch een goudmijn voor de schrijver?” Maar als hij vertelt over de korenbloemen op zijn balkon, het speuren naar vogels langs de IJssel besef je, dat ook die kant in zijn poëzie terecht komt.
Lammert Voos is een veelzijdig kunstenaar. Hij dicht, schrijft korte verhalen, zingt en schildert. Lange tijd nam hij zijn kunst niet serieus. “Ik had een Gronings arbeidsethos.” Vanuit een sterk inlevingsvermogen in andermans leed werkte hij als jeugdhulpverlener en bij vluchtelingenhulp. Hij ging tijdens de oorlog naar Kroatië, om mensen door middel van gezinshereniging naar Nederland te brengen. Het waren zware tijden die hij compenseerde met veel drank. Veel van zijn pijnlijke ervaringen zijn in zijn gedichten terug te vinden. Het is poëzie, die er in hakt.
Voos durft nu kunstenaar te zijn. “Ik ben ongehoord productief, maar ga terughoudend om met de vele uitnodigingen om op te treden. Ik vermijd grote mensenmassa’s, omdat ik gevoelig ben voor andermans negatieve stemmingen.” Erik Jan Harmens nam dit jaar zijn gedichten op in de recente bloemlezing Ik ben een bijl, die de beste debutanten sinds 1998 bundelt. Hij koos dichters met engagement. “Ze moeten niet in overlijdensadvertenties staan.” Het blijkt niet echt een zuiver criterium, want onlangs sierde Voos een rouwadvertentie. Maar engagement is er zeker. Voos heeft een grote betrokkenheid bij de zwakkeren in de maatschappij. “Ik geloof niet in pamperen, maar ik schaam me voor de uitspraken van Wilders. Mijn vader ontsnapte aan de benauwende armoe van de Groninger klei. Maar een vluchteling, die een betere toekomst wil voor zijn kinderen krijgt weinig kans.”
Voos gaat op het Tuinfeest niet alleen optreden. Hij verheugt zich erop om Tsjebbe Hettinga te horen. “Deze Fries is blind en draagt uit zijn hoofd voor. Het is een fenomeen. Andere aanraders zijn Anneke Claus, Ted van Lieshout, Piet Gerbrandy en Ramsey Nasr.”
Het Tuinfeest, poëziefestival in de tuinen rond Theater Bouwkunde in Deventer, zaterdag 1/8 www.hettuinfeest.nl